De woonzorggroep die bij u past

Argos Zorggroep biedt zorg die afgestemd is op de persoonlijke behoeften, wensen en voorkeuren van cliënten, vanuit de visie ‘Iedereen verdient liefde en aandacht, elke dag en op elk moment’. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, werken we bij cliënten met een psychogeriatrische aandoening (ziekte, aandoening of stoornis in de hersenen (mede) door ouderdom) met een onderverdeling naar drie niveaugroepen: begeleiding, verzorging en verpleging. Dit noemen we ‘differentiatie’. Dankzij deze onderverdeling komt u te wonen in een woonzorggroep die bij u past. Hieronder lichten we onze werkwijze toe.

Wat verstaan wij onder differentiëren?

We proberen de zorg altijd zoveel mogelijk af te stemmen op de persoonlijke belevingswereld van onze cliënten en hun mantelzorgers. Om de woon- en leefomgeving van cliënten zo passend mogelijk te maken, helpt het om cliënten met een psychogeriatrische aandoening onder te verdelen op basis van overeenkomsten in eigenschappen en/of cliëntkenmerken. Deze onderverdeling noemen we ook wel differentiëren. Onder andere het kunnen onthouden van informatie, taalvaardigheden, het kunnen uitvoeren van handelingen en de mate waarin een cliënt kan plannen en organiseren, bepaalt welke niveaugroep past bij een cliënt. Als een cliënt bij ons komt wonen, wordt hij/zij vooraf door de arts, psycholoog en zorgadviseur ingedeeld in een niveaugroep. Dit doen zij op basis van de informatie die van tevoren wordt aangeleverd door de casemanager, huisarts en familie. Met deze informatie kunnen wij de best passende plek aanbieden.

Differentiëren in de praktijk

Dankzij differentiatie kunnen we onder andere de woon- en leefomgeving, dagactiviteiten, benadering van cliënten en zorg en behandeling beter laten aansluiten en de communicatie tussen cliënten onderling beter laten verlopen. De Centrale cliëntenraad heeft ingestemd met deze werkwijze. Ook voor familieleden biedt differentiëren voordelen; zij treffen bijvoorbeeld andere familieleden op de woonzorggroep die in een vergelijkbare fase van het verwerkingsproces zitten, waarmee zij ervaringen kunnen delen. Tijdens een cliëntbespreking – of tussentijds als dit nodig is – komt aan de orde of de cliënt nog steeds op de juiste plek woont. We differentiëren niet alleen tussen, maar ook binnen woonzorggroepen. Op de meeste woonzorggroepen werken we met één niveau per huiskamer. Hiermee voorkomen we onnodige overplaatsingen naar andere woonzorggroepen. Samenvattend leidt differentiëren dus tot een beter passende en meer stabiele woonomgeving voor cliënten.

Als u het niet eens bent met een overplaatsing

Als een woonzorggroep niet meer passend is voor de cliënt, is soms een overplaatsing naar een beter passende woonzorggroep nodig. Uiteraard gaat eventuele overplaatsing altijd in goed overleg met u of uw vertegenwoordiger. Dit overleg vindt plaats met de regisseur. De psycholoog of arts van de woonzorggroep kan hierbij aansluiten om vragen te beantwoorden of nadere toelichting te geven. Is er desondanks bezwaar tegen het advies voor overplaatsing naar een andere huiskamer of woonzorggroep? Dan wordt het advies voorgelegd aan het intern consultatieteam Probleemgedrag. Dit zijn twee specialisten ouderengeneeskunde en twee GZ-psychologen die de casus objectief bespreken en tot een besluit doorslaggevend zullen komen. Bent u het hier niet mee eens? Dan kunt u contact opnemen met de cliëntvertrouwenspersoon, de klachtenfunctionaris en/of de reguliere klachtenprocedure volgen.